Laatste nieuws

Branche gespoten PURschuim innoveert

Gespoten PURschuim is een veelgebruikt isolatiemateriaal in Nederlandse woningen. Het wordt toegepast vanwege de kwaliteit van de isolatie, de flexibiliteit bij het aanbrengen en het feit dat het een investering is die zichzelf terugverdient. Hierdoor besparen mensen elke maand op hun energierekening, en is het lagere energieverbruik beter voor het klimaat. Vanuit de branche wordt daarbij altijd gezocht naar nieuwe, nog betere methoden om gespoten PURschuim aan te brengen – er wordt constant geïnnoveerd.

Een van de innovaties vanuit de branche betreft blaasmiddelen. Een blaasmiddel is de stof die bij het spuiten van PURschuim wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat in het uitgeharde PURschuim isolerende bubbeltjes (cellen) zitten. Het soort cellen heeft een grote impact op de isolatiewaarde van het PURschuim; het is dus belangrijk het beste blaasmiddel te gebruiken.

Het blaasmiddel dat wordt gebruikt bij gespoten PURschuim zorgt bij het aanbrengen voor een emissie naar het milieu, die wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten Global Warming Potential (GWP). Deze GWP wordt gecompenseerd door de energiebesparing die behaald wordt door de isolerende werking. HFK, op dit moment het meest gebruikte blaasmiddel, heeft een relatief hoge GWP. Om die reden is de branche op zoek gegaan naar betere blaasmiddelen, die tegelijkertijd dezelfde kwaliteit van isolatie bieden. Dit nieuwe blaasmiddel is gevonden, en heet HFO. HFO heeft een lagere GWP, lager zelfs dan CO2, terwijl het gespoten PURschuim zijn uitstekende isolatievermogen behoudt. Op dit moment wordt er geïnvesteerd in de productiecapaciteit die voor omschakeling naar HFO nodig is.

Er is wettelijk vastgelegd dat vanaf 2023 niet langer HFK gebruikt mag worden. De branche in Nederland heeft besloten dat moment niet af te wachten, maar eerder actie te ondernemen. De transitie naar het gebruik van alleen HFO als blaasmiddel, die reeds is ingezet, zal daarom worden versneld. De komende 2,5 jaar zal steeds meer productie- en verwerkingscapaciteit beschikbaar komen, waarbij de verwachting is dat de omschakeling al in 2020 kan worden voltooid – ruim eerder dan volgens de wet vereist.

Milieu Centraal heeft onderzoek laten uitvoeren naar de gevolgen die isoleren met gespoten PURschuim voor het klimaat heeft. Uit dat onderzoek blijkt dat het gebruik van HFK als blaasmiddel een grote klimaatbelasting geeft. Daarmee wordt bedoeld dat de klimaatbelasting relatief groot is in verhouding tot het milieuvoordeel dat isolatie vanwege de besparing op energiegebruik oplevert. Milieu Centraal raadt daarom aan om bij het isoleren met in-situ gespoten PURschuim geen HFK als blaasmiddel te gebruiken, maar HFO.

Het Kennisplatform Gespoten PURschuim voelt zich gesterkt bij het advies van Milieu Centraal. Het belang van innovatie wordt daarmee bevestigd, en de keuze om sneller van HFK naar HFO als blaasmiddel over te gaan onderschreven. Het rapport is een extra stimulans om deze transitie zo snel mogelijk te voltooien. Naar aanleiding van het advies van Milieu Centraal heeft de branche dan ook herbevestigd zich hier voor in te zetten.

Wel is het Kennisplatform Gespoten PURschuim van mening dat, totdat HFO alom beschikbaar is, HFK een goed blaasmiddel voor isolatie met gespoten PURschuim blijft. De balans van isolatiekwaliteit (en dus maandelijkse besparing op energie), de kosten van aanbrengen en de GWP die hiermee aan consumenten geboden wordt is immers positief. Door de constante innovatie van de branche en de omschakeling naar HFO als blaasmiddel zal dit de komende jaren alleen maar beter worden voor het klimaat.

 

 

Medisch protocol verschaft duidelijkheid bij klachten

Er is in het verleden aandacht in de media geweest voor vermeende gezondheidsrisico’s van gespoten PURschuim in kruipruimtes. Naar aanleiding daarvan heeft een groep medisch deskundigen een protocol opgesteld waarin staat hoe om te gaan met klachten die hiermee mogelijk in verband kunnen worden gebracht.

Het Kennisplatform Gespoten PURschuim vindt het een goede zaak dat dit protocol is ontwikkeld. Het is voor alle betrokken partijen (bewoners, medewerkers en de branche), maar ook voor de samenleving als geheel, van belang dat er nu een eenduidige methode is voor het diagnosticeren van gezondheidsklachten die ervaren worden tijdens en na het aanbrengen van gespoten PURschuim.

Er zijn twee versies van het protocol ontwikkeld: een voor bewoners en een voor isoleerders. Deze zijn op 8 september 2016 gepubliceerd, samen met een achtergronddocument en literatuurstudie.

Naar aanleiding van publicatie schreef Medisch Contact een artikel waarin Thomas Rustemeyer, hoofd van de unit Dermatoallergologie en arbeidsdermatologie in het VUmc en leider van de projectgroep die het protocol opstelde, aan het woord komt. Dat artikel is hier te lezen.

De afgelopen drie jaar zijn er bij de GGD’s géén meldingen binnengekomen van mogelijke gezondheidsklachten naar aanleiding van isolatie met gespoten PURschuim. Indien gespoten PURschuim in kruipruimtes als vloerisolatie wordt aangebracht op de juiste wijze en volgens de geldende regels en richtlijnen, is het gebruik ervan veilig. Dit bleek reeds uit de op 30 augustus 2013 verschenen onderzoeksresultaten van onderzoeksinstituut TNO. De op 25 februari 2014 gepubliceerde uitkomsten van onderzoeksbureau RPS bevestigden de bevindingen van TNO.

Designed and developed by Bruns + Niks, a digital design agency in Amsterdam and Brussels